NOLANO 2.0: de visie van Gerard Haas

woensdag 8 april 2026

In mei is de Algemene Ledenvergadering van Nolano, hèt moment waar het verenigingsbeleid aan de orde komt. Zeker nu er sinds vorig jaar stevige veranderingen in de organisatie zijn. Gerard Haas is sinds medio 2025 aspirant-lid van het bestuur, met beleid als aandachtsgebied. Hoe kijkt hij  aan tegen de ontwikkelingen die Nolano doormaakt en hoe ziet hij de toekomst?

Nolano zit sinds 2025 in een proces in van een centraal gestuurde organisatie naar een decentrale aanpak. Hoe heeft hij het ervaren tot nu toe? “Het is verschrikkelijk druk geweest in de afgelopen periode. Ik heb veel respect en bewondering voor wat door Lex Hemelaar als coördinator is opgebouwd, maar medio 2025 begon er een proces van ‘losweken’ van de oude werkwijze. Toen heb ik me beschikbaar gesteld om mee te denken over het beleid.”  Alle centraal aanwezige kennis en routine in uitvoering moest naar decentraal niveau. Niet alleen moest het bestuur daar goed zicht op krijgen, maar ze moesten ook besluiten nemen over de nieuwe aanpak. Gerard: “In zo’n proces zijn er natuurlijk altijd discussies, wensen om vast te houden aan het oude. Dat mag, maar als bestuur moet je een kader hebben, waarbinnen je de toekomst vormgeeft. Waarbinnen je kunt zeggen: dit doen we wel en dat niet. Niet om je te beperken, maar wel om jezelf een beetje op koers te houden.”

Decentrale kracht

Op de website vind je een indrukwekkende lijst van werkgroepen en activiteiten met hun  contactpersonen. Hoe ziet hij de rol van het bestuur binnen al die organisatorische kracht? Gerard: “Het bestuur is er voor Nolano. Operationeel is er veel verschoven naar het niveau van de werkgroepen, die regelen hun eigen zaken. Het oude patroon moeten we loslaten. We moeten als bestuur niet in de uitvoering schieten, dat gebeurt nog te veel. Ik maak absoluut geen waarde onderscheid tussen bestuur en werkgroepen, maar onze rol is anders. Wij moeten besturen en faciliteren en zo zorgen dat iedere werkgroep of activiteit goed kan werken. Als er problemen zijn, meldt het dan. Dan zoeken we een oplossing.” 

Knelpunten

De sterke groei van het aantal leden bevestigt dat Nolano in een behoefte voorziet. Maar leidt ook tot wachtlijst.. wachtlijst .. wachtlijst.. Gerard beaamt dat dit om  beleid vraagt en stelt tegelijk vast dat het niet direct op alle fronten opgelost kan worden, omdat niet alle activiteiten zich lenen voor dubbele of drievoudige uitvoering. Moet je dan gaan denken aan een einde aan de groei van het ledenaantal, een ledenstop?  “Wat mij betreft niet. Dat is een verkrampte reactie op de groeipijnen die je dan hebt. Er zullen steeds weer nieuwe  ontwikkelingen zijn waar je wat mee moet. Beleid is vaak zoeken, hoe pakken we het aan? Je moet rekening houden met mensen die teleurgesteld zijn als ze niet mee kunnen doen aan iets, daar is absoluut oog voor binnen het bestuur. We moeten zoeken naar wegen om aan die enorme belangstelling tegemoet te komen.”

Podium bieden

Wat ziet Gerard als beleidspunten voor dit jaar en volgend jaar? “We moeten stabiliseren wat we hebben en dat als uitgangspunt nemen voor de middellange termijn. Waar staan we over 5 jaar? Ik denk dat we veel meer kunnen integreren in de samenleving in Zutphen, contacten kunnen zoeken met maatschappelijke of culturele verenigingen hier die eigenlijk hetzelfde doen als wij.” Hij noemt Het Gilde als voorbeeld: “Waarom trek je het niet samen en versterk je elkaar? Zij hebben De Derde Fase, ze doen hetzelfde als wij. We hebben dezelfde doelgroep en vissen in dezelfde vijver. Laten we samenwerken. Wij kunnen een mooi gebouw, met mooie ruimtes bieden. We kunnen onszelf manifesteren als een podium: heb je een activiteit, kom bij ons. Kostentechnisch is het ook een stuk aantrekkelijker om het zo te doen. Mijn idee: in 2030 is er in Zutphen één vereniging, die voor onze generatie allerlei activiteiten aanbiedt, faciliteert en coördineert.” Zijn conclusie: “We zitten in de frictie van groeistuipen, daar moet je niet voor weglopen. Maar we willen groeien en vooruit. Geef ons de tijd.”

Dien Wildschut